6 leerdoelen
Leerdoelen
Alles wat een speler hier kan leren. Eén ding per leerdoel: iets wat een speler kan leren, een coach kan aanleren en iemand kan zien.
Bal Vangen, passen, dribbelen, afronden, schieten
Vangen
De bal onder controle krijgen, klaar voor de volgende actie.Passen
De bal bij een medespeler krijgen, op het goede moment, langs een verdediger.Dribbelen
Met de bal bewegen, met beide handen, met een doel: naar de ring, weg van druk, naar een beter passhoek.Kop omhoog
Tijdens het dribbelen kijk je het veld in, niet naar de bal. Altijd.Lay-up en afronden
Dicht bij de ring scoren, uit een dribbel of vangbal, met beide handen en verschillende passen.Rebounden
Inschatten waar de bal valt, er eerst zijn en hem met twee handen pakken.