basketbal academy
NL / EN

Leerdoelen · Bal · aanval

Dribbelen

Vaardigheid · kan hetlaag 0–3open: de situatie verandert

Met de bal bewegen, met beide handen, met een doel: naar de ring, weg van druk, naar een beter passhoek.

Cue

Elke dribbel ergens heen.

Waarom
Dribbelen is een middel, geen doel. Elke dribbel moet je iets opleveren.

Wanneer kan hij het?

Laag 0BewustDribbelt lopend door de zaal met beide handen.
Laag 1ControleDribbelt op tempo naar de ring met zo weinig mogelijk dribbels.
Laag 2Je eigen beweging sturenWisselt van hand en tempo om een verdediger te passeren.
Laag 3Anderen laten bewegenDribbelt om de verdediging te laten bewegen voor een medespeler.

Waar je op let

  • Bal aan de kant weg van de verdediger
  • Beide handen

Wat vaak misgaat
Op de plek blijven dribbelen zonder doel.

Oefeningen die hieraan werken

Hoe het samenhangt

Eerst nodig Coördinatie

Maakt mogelijk De bal beschermenLay-up en afrondenEerst de drive

Gaat samen met Kop omhoog

Lost op Volgorde