10 leerdoelen
Leerdoelen
Alles wat een speler hier kan leren. Eén ding per leerdoel: iets wat een speler kan leren, een coach kan aanleren en iemand kan zien.
Lichaam Bewegen, stoppen, balans, vallen, contact
Bewegen en stoppen, kop omhoog
Rennen, stoppen en draaien in balans, terwijl je ziet wat er om je heen gebeurt.Balans
Je lichaam onder controle houden, stil en in beweging, op één en twee benen.Veilig vallen
Vallen en opstaan zonder je pijn te doen: rollen, opvangen met armen en billen, niet op je handen of hoofd.Zacht landen
Altijd zacht en op twee voeten landen, knieën boven de voeten.Coördinatie
Armen, benen, ogen en bal samen laten werken: huppelen, gooien, vangen, ritme.Goede stop
Bij elke vangbal en elke afronding een hop stop of een stride stop. Altijd.Pivoteren
Draaien op één voet met de bal, om ruimte te maken of een pass te vinden.Legaal contact
Contact maken, vasthouden en loslaten wanneer je wilt, binnen de regels, aan beide kanten van de bal.Verdedigende houding en slide
Laag staan, borst voor de tegenstander, schuiven zonder de voeten te kruisen, en rennen als het moet.Altijd terugrennen
Bij balverlies rent iedereen meteen terug, helemaal, tot je voor de bal bent.