11 leerdoelen
Leerdoelen
Alles wat een speler hier kan leren. Eén ding per leerdoel: iets wat een speler kan leren, een coach kan aanleren en iemand kan zien.
Lichaam Bewegen, stoppen, balans, vallen, contact
Bewegen en stoppen, kop omhoog
Rennen, stoppen en draaien in balans, terwijl je ziet wat er om je heen gebeurt.Veilig vallen
Vallen en opstaan zonder je pijn te doen: rollen, opvangen met armen en billen, niet op je handen of hoofd.Pivoteren
Draaien op één voet met de bal, om ruimte te maken of een pass te vinden.Legaal contact
Contact maken, vasthouden en loslaten wanneer je wilt, binnen de regels, aan beide kanten van de bal.Verdedigende houding en slide
Laag staan, borst voor de tegenstander, schuiven zonder de voeten te kruisen, en rennen als het moet.
Bal Vangen, passen, dribbelen, afronden, schieten
Vangen
De bal onder controle krijgen, klaar voor de volgende actie.Passen
De bal bij een medespeler krijgen, op het goede moment, langs een verdediger.Dribbelen
Met de bal bewegen, met beide handen, met een doel: naar de ring, weg van druk, naar een beter passhoek.Lay-up en afronden
Dicht bij de ring scoren, uit een dribbel of vangbal, met beide handen en verschillende passen.Rebounden
Inschatten waar de bal valt, er eerst zijn en hem met twee handen pakken.