16 leerdoelen
Leerdoelen
Alles wat een speler hier kan leren. Eén ding per leerdoel: iets wat een speler kan leren, een coach kan aanleren en iemand kan zien.
Lichaam Bewegen, stoppen, balans, vallen, contact
Bewegen en stoppen, kop omhoog
Rennen, stoppen en draaien in balans, terwijl je ziet wat er om je heen gebeurt.Pivoteren
Draaien op één voet met de bal, om ruimte te maken of een pass te vinden.Fake en eerste stap
Uit een goede stop een fake maken en met één stap voorbij je verdediger.Legaal contact
Contact maken, vasthouden en loslaten wanneer je wilt, binnen de regels, aan beide kanten van de bal.Verdedigende houding en slide
Laag staan, borst voor de tegenstander, schuiven zonder de voeten te kruisen, en rennen als het moet.De bal stoppen met de borst
De dribbelaar in de omschakeling stoppen door met je borst voor hem te komen, niet door van achter te reiken.Uitboxen
Je tegenstander vinden, contact maken en hem achter je houden voor de rebound.
Bal Vangen, passen, dribbelen, afronden, schieten
Vangen
De bal onder controle krijgen, klaar voor de volgende actie.Passen
De bal bij een medespeler krijgen, op het goede moment, langs een verdediger.Dribbelen
Met de bal bewegen, met beide handen, met een doel: naar de ring, weg van druk, naar een beter passhoek.De bal beschermen
Je lichaam tussen bal en verdediger houden, met dribbel, pivot en arm.Lay-up en afronden
Dicht bij de ring scoren, uit een dribbel of vangbal, met beide handen en verschillende passen.Schieten
Uit een vangbal in balans, met kracht uit de benen, een lange vloeiende release.Vrije worp
Elke keer hetzelfde ritueel en dezelfde beweging, zonder tegenstander.Rebounden
Inschatten waar de bal valt, er eerst zijn en hem met twee handen pakken.