37 leerdoelen
Leerdoelen
Alles wat een speler hier kan leren. Eén ding per leerdoel: iets wat een speler kan leren, een coach kan aanleren en iemand kan zien.
Lichaam Bewegen, stoppen, balans, vallen, contact
Bewegen en stoppen, kop omhoog
Rennen, stoppen en draaien in balans, terwijl je ziet wat er om je heen gebeurt.Balans
Je lichaam onder controle houden, stil en in beweging, op één en twee benen.Zacht landen
Altijd zacht en op twee voeten landen, knieën boven de voeten.Goede stop
Bij elke vangbal en elke afronding een hop stop of een stride stop. Altijd.Fake en eerste stap
Uit een goede stop een fake maken en met één stap voorbij je verdediger.Legaal contact
Contact maken, vasthouden en loslaten wanneer je wilt, binnen de regels, aan beide kanten van de bal.Altijd terugrennen
Bij balverlies rent iedereen meteen terug, helemaal, tot je voor de bal bent.De bal stoppen met de borst
De dribbelaar in de omschakeling stoppen door met je borst voor hem te komen, niet door van achter te reiken.Uitboxen
Je tegenstander vinden, contact maken en hem achter je houden voor de rebound.
Bal Vangen, passen, dribbelen, afronden, schieten
Vangen
De bal onder controle krijgen, klaar voor de volgende actie.Passen
De bal bij een medespeler krijgen, op het goede moment, langs een verdediger.Dribbelen
Met de bal bewegen, met beide handen, met een doel: naar de ring, weg van druk, naar een beter passhoek.Kop omhoog
Tijdens het dribbelen kijk je het veld in, niet naar de bal. Altijd.De bal beschermen
Je lichaam tussen bal en verdediger houden, met dribbel, pivot en arm.Lay-up en afronden
Dicht bij de ring scoren, uit een dribbel of vangbal, met beide handen en verschillende passen.Schieten
Uit een vangbal in balans, met kracht uit de benen, een lange vloeiende release.Vrije worp
Elke keer hetzelfde ritueel en dezelfde beweging, zonder tegenstander.Rebounden
Inschatten waar de bal valt, er eerst zijn en hem met twee handen pakken.
Spel Zien en kiezen: ruimte, tijd, voordeel
Goede spacing
Het veld breed houden, niet bij elkaar kruipen, de hoeken vullen. Altijd.Vrij worden zonder bal
Na je pass blijven bewegen, cutten en loskomen van je verdediger.Voordeel maken, zien en afstraffen
Een overtal of een stap voorsprong maken, het herkennen en er meteen gebruik van maken.Eerst de drive
Naar de basket gaan en ruimte maken voor een goed schot is niet egoïstisch. Zonder reden meteen afspelen is dat wel.Reacties op de drive
Als een medespeler drijft, beweeg je naar een plek waar hij je kan vinden: hoek, achter de drive, naar de ring.De tweede cut
In pass-and-cut werkt de eerste cut zelden. De cut van twee of meer passes ver is gevaarlijk.Goed schot
Een goed schot is in balans, binnen je range, niet betwist, na een goede pass of een drive met een klein voordeel.Looplijnen en hoeken in de omschakeling
Na balverovering breed naar voren rennen, de hoeken vullen, en de bal snel naar voren.Kijk voor je vangt
Voor de bal komt even rondkijken: waar is mijn verdediger, de ring, de open man.Helpen en herstellen
Een drive stoppen als helper en terug naar je eigen speler voor de pass er is.Voordeel zien aankomen, niet gokken
Verdedigen tegen het voordeel: het niet weggeven, het zien aankomen en herstellen als het er is. Alleen voor de bal gaan als het team veilig staat.
Hoofd Aandacht, durf, doorgaan, zelf kiezen
Doorgaan na een misser
Na een misser of balverlies meteen de volgende actie: terugrennen, verdedigen, opnieuw proberen.Durven: positieve agressie
Naar de ring willen, contact aangaan, voor de bal vechten, fel maar veilig voor anderen.Zelf kiezen en uitleggen
Een keuze maken in het spel en kunnen zeggen wat je zag en waarom.Vragen: hoe kan ik dit?
Uit zichzelf vragen hoe iets beter kan, in plaats van zeggen dat je het al kunt.
Samen Praten, helpen, elkaar beter maken
Praten op het veld
Namen roepen, "bal!", "schot!", "ik heb hem": hardop helpen.Elkaar aanmoedigen
Na een goede actie en na een misser van een medespeler iets aardigs zeggen of doen.Medespelers beter maken
Spelen zodat een ander makkelijker scoort: de goede pass, de screen, de ruimte, zonder er iets voor terug te verwachten.Basketbaltaal
De woorden van het team kennen en gebruiken: stop, pivot, spacing, lava, smiley, close-out.